Categorie archief: Reizen 2017

Clandestien en ongezien.

DSC03363
Stromboli vulkaan vanop strand gezien

Innige inleiding

Ik moet iets van me afschrijven. Het is geen traumatische ervaring. Het is een ervaring die me zo gefascineerd heeft, die me zo nietig heeft doen voelen dat ik er weken nadien nog dagelijks aan terug denk. Er komt zelfs helemaal geen fiets aan te pas. In het komende verslag zal ik je proberen mee te sleuren in de vurige kus die mijn ziel in vuur en vlam zette. Check op het einde van dit verslag zeker ook eens de video’s uit (volumeknop naar rechts voor een betere ervaring én ridicuul commentaar).

Pyroclastische proloog

Lezers die denken dat ik hier smeuïge scheefschaatserige  ontboezemingen zal plegen zijn evenwel aan het verkeerde adres; mijn Katrientje en ik, daar komt niet veel tussen. Alhoewel. Voor bepaalde natuurfenomenen wordt Katrien tijdelijk toch wel eventjes strategisch en tactvol opzij geschoffeld.

Eén van die fenomenen is vulkanisme in al zijn facetten. Een aantal van onze (fiets)reizen vindt plaats in landen en gebieden waar vulkanisch wel iets valt te beleven. Het rijtje al dan niet actieve vulkanen, geisers, hete bronnen en pruttelende moddervelden tikt ondertussen aardig aan. Het mag dan ook verbazen dat we pas nu – anno 2018 – op en rond de Stromboli belandden.

Verleden jaar beklommen we nog illegaal de Etna tijdens onze Sicilië fietsreis. De Eolische eilanden stonden toen ook op de planning, maar daar hadden we helaas geen tijd meer voor. Dus vlogen we dit jaar als de wiedeweerga naar Catania om de eilandengroep te bezoeken. Zonder fiets, maar uitgerust met potige wandelschoenen, een helm, statief, stevige rugzak en meer van dat fraais.

Maritieme aanloop

draagvleugelboot in actie

Wie de sprong waagt naar de Eolische (ook wel Liparische) eilanden moet toch wel een beetje vooraf plannen. Het gemakkelijkst vertrek je vanuit de kleine haven van Milazzo tussen Messina en Barcellona Pozzo di Gotto. Daar vertrekken op geregelde tijdstippen snelle draagvleugelboten (aliscafo)¹ en gewone ferries². De draagvleugelboten vervoeren enkel passagiers, de veerboten ook vracht en wagens. Let wel op: bij harde wind of slechte weersomstandigheden varen de snelle boten niet uit ! Alle eilanden zijn van vulkanische oorsprong enkel Vulcano (meest zuidelijke eiland) en Stromboli (meest noordelijke) zijn (over)zichtbaar actief. De overblijvende eilanden Lipari, Salina, Panarea, Alicudi en Filicudi zijn weliswaar ook één voor één pareltjes, maar missen de vulkanische activiteit die Vulcano en Stromboli zo typeert.

De “aliscafo” zet ons met bijna Zwitserse precisie af op de kleine pier van Stromboli. Met 12,6 km² oppervlakte is Stromboli één van de kleinere Eolische eilandjes. Op amper 400 meter van de pier lopen we al direct ons hotel Ossidiana binnen. We hebben er niet om gevraagd maar we krijgen de ruimste en mooiste kamer met groot balkon én zicht op het kleine haventje.

20180419_201628
uitbarsting van de oostelijke krater

Die avond lopen we eigenlijk zonder het gepland te hebben tot het “observatorium(2) aan het andere uiterste van het dorp. Op 120 m hoogte is dit restaurant met groot buitenterras een absoluut niet te missen doel: je hebt er een onbelemmerd zicht op de 600 meter hoger gelegen oostelijke krater en de vlak daaronder gelegen “Sciara del fuoco” (letterlijk: vuurstroom); de 700 m hoge steile puinhelling waar alle projectielen en lava met een rotvaart recht in zee rollen en stomend tot hun einde komen (1). In het anderhalve uur dat we er zitten worden we een tiental keer verrast door eerst een explosie, vervolgens een lavafontein en tenslotte een aswolk. Wow, qua eerste kennismaking kan dit wel tellen. De drang om daar boven alles van nog veel dichter te bestuderen wordt er alleen maar groter op.

StromboliWandel
Wandelkaart met gele cijfers (3) die corresponderen met de cijfers tussen haakjes in de tekst

Opbouwen naar een climax

Een schone gedachte die werkt op vele fronten. Hm. Vandaag gaan Katrien en ik naar boven, maar slechts tot bijna halverwege. Het zit namelijk zo: In 2002 werd een Duitse toeriste getroffen aan het hoofd door een vulkanische bom. Dit zijn de stukken lava die in volledig gestolde of half gestolde toestand na een vlucht van een paar honderd meter terug neervallen. Er zijn nog gewonden gevallen daarvoor, maar na een periode van wat grotere activiteit beslisten de autoriteiten de beklimming enkel toe te staan tijdens normale activiteit én met gediplomeerde gids. Zonder gids mag je enkel wandelen tot een hoogte van 400 m (de stippellijn op de wandelkaart). En dat zijn we vandaag van plan. Om 16.30 u vertrekken we naar het hoogst bereikbare punt op de oude route, halverwege tussen de zeer actieve oostelijke krater en het eerder genoemde observatorium én tegen de rand van de Sciara del fuoco.

de actieve oostelijke krater

Goed voorzien van warme kledij, onze camera’s, snacks, ja zelfs onze opvouwbare stoeltjes planten we ons neer op dit 400 m hoge punt (3) en blijven tot 22.30 u in volle bewondering kijken naar de zure oprispingen van deze oostelijke krater. We horen geregeld ontploffingen en andere geluiden die afkomstig zijn van de vier andere kraters die buiten zicht achter deze oostelijke krater liggen. Blijven tot het donker is, is absoluut een must want dan pas komt de oranje gloed van de uitbarstingen tot zijn recht. In het donker wandelen we de lange route terug naar het hotel.

Op dag twee op het eiland plannen we onze geleide trek naar de top. In het kantoortje van Magmatrek, één van de verschillende trekking organisaties geven we ons op voor de beklimming later op de namiddag. 28 euro per persoon en je krijgt er een helm en wandelstok gratis bij. De rest (Petzl, berg-schoenen, rugzak en warme kledij) hebben we zelf. Om 16.30 beginnen we aan de klim samen met twintig andere mensen. Al na honderd meter klimmen haakt een jong juffertje af, maar de rest van de groep, enkele gepensioneerden incluis is vreemd genoeg aan elkaar gewaagd en klimt gezwind naar boven (4). Mauro de gids houdt het tempo bewust laag zodat iedereen goed kan volgen. Mauro’s Engels is zoals verwacht van het niveau Jommeke. Italianen zijn tot op heden niet de sterkste in vreemde talen spreken. In ontelbare haarspeldbochten klimmen we tot op bijna 830 m hoogte en kunnen we plots voor het eerst neerkijken op de oostelijke krater. Er staat een behoorlijke wind en die staat behoorlijk verkeerd ook; de dampen worden in onze richting gestuwd. Na een korte pauze klimmen we verder op de oude kraterrand tot het hoogste punt (918 m) om een paar honderd meter verder te stoppen en de overige vier kraters te bekijken (7). Wat we nu zien en beleven beschrijf ik bewust niet heel beknopt want het échte verhaal waar de titel “clandestien en ongezien” naar verwijst begint pas in het volgende hoofdstuk.  Feit is alleszins dat we beiden zo van onze sokken geblazen worden door wat zich voor ons afspeelt dat we het eerste kwartier vergeten foto’s te nemen. Na een kort verblijf op de top van ongeveer een uurtje beginnen we met de afdaling (5). Omstreeks 22.30 u staan we terug beneden, behoorlijk onder de indruk en behoorlijk tevreden van de gids en groep en het spektakel boven.

de “borrelende” krater op de geleide beklimming

Toch knaagt er iets aan deze jongen. De tijd boven was te beperkt, er waren teveel mensen (vijf à zeven groepen) en het weer zat niet helemaal mee waardoor de gaswolken in onze richting gestuwd werden en zo het zicht gedeeltelijk blokkeerden. Dat moet dus beter kunnen ! Wat ik thuis al min of meer had gepland ging ik morgen zeker proberen: een solo klim met onbeperkte kraterkijktijd op de top ongehinderd door andere mensen.

20180420_202355
amper op de kraterrand en al volop actie

Clandestien én ongezien zonder Katrien

Wat ik nu op het punt sta te beschrijven zadelt me een beetje op met een dubbel gevoel. Ik kan het iedereen aanraden te doen, maar tegelijkertijd ook weer niet. Stromboli, is net als zo veel mooie plaatsen op aarde, een beetje het slachtoffer van zijn eigen populariteit en schoonheid. Teveel mensen willen naar de top en door verplicht met een gids te moeten gaan, gaat een deel van de spiritualiteit/woestheid/aantrekking verloren. Anderzijds is klimmen met een gids niet onverstandig gezien de gevaren die kunnen opduiken op een springen staande berg en het afdalen van een vulkaan in het donker. Maar ik redeneer dat wanneer ik solo de berg wil beklimmen en zie dat er die avond groepen op de top staan, de gidsen en het vulkanologisch instituut het licht op groen hebben gezet. Als de erupties buiten proportie zouden zijn maakt het geen verschil uit als je met een gids of niet bent. Rennen is dan de enige modus operandi.

Zo begin ik dus om 16.30 vanuit ons hotel goed voorbereid aan de beklimming. Ik heb gisteren goed opgelet hoe de topzone eruit ziet, waar precies de alternatieve beklimming op de krater uitkomt en hoe de afdaling in elkaar zit. De volledige afdaling staat trouwens op mijn gps als kruimelspoor.  Zou dus niet mogen mislopen !

De eerste drie km loop ik langs de kust tot aan het observatorium (8⇒2). Ik pauzeer eventjes en drink twee frisse cola’s. Ondertussen scan ik de beklimming voor me op wandelende groepen. Ik kijk uit op de oude route (3⇒6) die nu bijna niet meer genomen wordt door geleide groepen. Eergisteren en gisteren was er telkens één groep en ik vermoed dat er vandaag ook eentje zal zijn. Het is ondertussen 18.15 u  en warempel, hoog op de flank zie ik een klein groepje klimmen. Goed, als ik nu vertrek zal er waarschijnlijk geen gegidste groep meer achter mij zitten. Kwestie van enkel uit het zicht te blijven.

kratercomplexStromboli
Schematische voorstelling van ligging kraters

Ik begin te klimmen naar het 400 meter punt waar we eergisteren waren (3). Ik steek één enkele dame en wat later een koppel voorbij. Die moet ik dus ook in het oog houden. Ik wil namelijk ten allen tijde vermijden dat ik gespot wordt. Nu zijn individuele wandelaars niet zozeer een probleem, maar de gidsen van gegidste groepen zijn dat wel. Als je betrapt wordt riskeer je een boete van 500 €. Op het 400 meter punt aangekomen ben ik er alleen, want ik heb een flinke voorsprong genomen op de drie mensen achter mij. Ik laat het waarschuwingsbord achter me (ligt trouwens plat neer) en haast me op het pad tussen de begroeiing door uit het zicht. De groep boven mij is ondertussen nog niet uit het zicht, dus die moet ik ook nog in de smiezen houden. Ik vind het best spannend. Ik ben al lang niet meer zichtbaar wanneer het koppel bij het 400 meter punt verschijnt. Rustig klim ik verder. Het zweet gutst van mijn hoofd en nek want het is best steil terwijl de oostelijke krater vrolijk van jetje geeft. Rond 19.00 u. werk ik mezelf in de nesten. Onbewust ben ik eventjes van het iets minder duidelijke pad afgeweken en bevind me nu op een steile puinhelling. Ik kruip een kleine 100 meter verder mezelf realiserend dat ik zo niet verder kan en zeker niet opnieuw op het pad zal komen. Terugkeren dus en zeer behoedzaam en glijdend op handen en voeten en achterwerk kruip ik de 100 meter terug. Even wat horizontaal opschuiven en ik zie duidelijk het pad terug. Oef. Dat was eventjes schrikken. Ik realiseer me dat dit vooral niet moet gebeuren als het donker is. “Ben ik nu toch onverstandig en roekeloos met dit op mijn eentje te willen doen” denk ik bij mezelf. De groep voor me heeft ondertussen de bergkam gerond en kan ik niet meer zien. Wanneer ik dan wat later zelf op die bergkam kom (6) zie ik 200 m hoger een aantal groepen op de kraterrand lopen. Ze zijn bezig met de finale bestijging. Zij zijn de vulkaan van de oostflank opgeklommen en konden mij dus totaal niet zien. Maar nu ben ik wel een sitting duck. Als ik nu verder wandel zou ik te veel opvallen, dus posteer ik mij achter een grote rots en haal mijn statief boven. De zon staat op het punt om onder te gaan en dit is het gouden uur (dat evenwel geen uur duurt) Ik zit nu vlakbij de oostelijke krater en bij zijn eerste uitbarsting schrik ik mij de pleuris.  Hemelsbreed zit ik op amper 450 m van de meest actieve krater en het geluid van de explosie doet me angstvallig kijken naar het weg gekatapulteerde lava dat evenwel netjes buiten mijn bereik neervalt. Toch grijp ik bijna onmiddellijk naar mijn helm die ik nog niet aan had. Mijn hart klopt in mijn keel. Hier kwam ik voor dude ! Het volgende uur blijf ik zitten tot het bijna donker is. Ik heb wel al eens gespiekt hoe mijn route verder loopt en dat gememoriseerd. Gedurende dat uur zie en hoor ik oostelijke krater drie keer spuwen. Gloeiende brokken stuiteren via de Sciara del fuoco de zee in. De gloed in de brokken gaat zo ergens halverwege verloren. Wat een spektakel. Dit kan al niet meer stuk. En ik zie nog maar één krater !

oostelijke krater in het donker

Rond 21.00 waag ik mijn sprong naar het punt waar de normaalroute de krater bereikt (de “H” tussen 6 en 7). Ik heb mijn Petzl bij de hand, maar gebruik het niet, ik zou te veel opvallen. Gelukkig geeft de maan een beetje licht, genoeg om te zien waar ik loop. Op een eind van me zie ik de vele lichtjes van de geleide groepen, maar twee lichtjes blijven steeds ter plaatse. Ik krijg een naar voorgevoel. Zouden dit twee wachten zijn die op de vulkaan blijven. Groep na groep verdwijnt uit mijn zicht maar die twee lichtjes blijven steeds min of meer op dezelfde plaats. “OK” zeg ik tot mezelf, “voor ik naar de top ga blijf ik hier nog een tijdje de oostkrater fotograferen, dan heb ik tenminste wat foto’s voor ik straks de 500 euro boete moet betalen“. Rond 22.00 u. zie ik echter niets meer van beweging. Ik  weet van gisteren dat de vijf tot tien groepen ondertussen allemaal moeten zijn begonnen met de afdaling. Misschien zijn die twee “wachten” mee afgedaald. Op mijn gebottiende kousenvoeten, gsm in stille modus, verklikkerlichtjes van camera uit loop ik de laatste honderden meters naar de top. Af en toe sta ik stil om te luisteren. Buiten het geweld van de uitbarstingen achter de top en een zacht warm briesje hoor ik helemaal niets. Eenmaal op de top kan ik opgelucht adem halen. Ik ben er helemaal alleen en een 150 tal hoogtemeters vlak onder mij overschouw ik de vijf actieve kraters. Mijn god ! Wat een spektakel. Bibberend van spanning en emotie installeer ik mij op de top en onderga het spektakel gestoord door niets of niemand. Dit is onbeschrijflijk. Alle vijf kraters gaan geregeld af, soms twee tegelijk.

natuurlijk vuurwerk

Ik probeer zo veel mogelijk én te genieten/kijken én foto’s/video’s te nemen. Eén van de kraters onder me is een klein lavameer dat stabiel blijft en niet uitbarst, hoogstens een beetje borrelt en rochelt. De twee kraters links daarvan zijn echter aandachtstrekkers. De ene produceert mooie hoge fonteinen, de andere kan ik niet beter vergelijken met een overmaatse vuurpijl die met een gigantische kracht en onder werkelijk oorverdovend lawaai schuin omhoog spuit gedurende soms wel 10 seconden ! Net deze spuiter is een dankbaar object, want fotograferen van uitbarstingen is niet simpel. Niettegenstaande ik mijn camera continue aan laat staan, word ik nog telkens verrast en mis ik zo het begin van een eruptie.

DSC03529
krater rechts van het lavameertje

Achter mij fonkelen de lichtjes van Sicilië, rechts van mij in de verte zie ik de lichtjes van de kust van Calabria en de zes overige Eolische eilandjes kan ik ook spotten. De weinige wind die er staat blaast de rook van me weg en ik kan ongehinderd genieten. Telkens de vuurpijl afgaat schrik ik mij te pletter. Het lawaai doet mijn skihelm trillen op mijn hoofd. Dit is echt onwezenlijk. Ik krijg er telkens kippenvel van. De krater rechts van de vuurpijl produceert ook mooie lavafonteinen. Wanneer de brokken door de zwaartekracht aangetrokken weer op de vulkaangrond vallen maakt dit een vreemd rinkelend geluid. Ze blijven nog een tijdje nagloeien.  Ik sta op 918 m hoogte en de kraterzone ligt zo’n 150 vlak onder mij. Toch spuwen de lavafonteinen boven mijn hoofd uit. Men spreekt bij Strombolische activiteit van kleine erupties. Dit is waarschijnlijk wel zo want bij grote uitbarstingen van de Stromboli of andere vulkanen gaat alles nog zoveel hoger. Maar toch. 200 meter minimum, da’s niet niks, faut le faire !

DSC03542
ingezoomd op het “inactieve” borrelende  lavameer

Mochten de erupties onverhoeds sterker worden, wat een aantal keer per jaar gebeurt dan moet ik mij uit de voeten maken. Dan heb ik twee opties. De eerste is rennen als een bezetene naar beneden uit het bereik van de kraters, de tweede optie is eveneens rennen als bezeten maar dan richting de twee shelters die een 500 tal meter van me verwijderd zijn en hopen dat ze bestand zijn tegen grotere lavabommen.  Ik zie me al spurten in het donker op de rand van een krater slalommend tussen gloeiende neerstortende brokken lava. Gelukkig komt het zover niet.

Stilletjes aan moet ik nu toch aan de afdaling beginnen, maar ik kan mij maar niet losweken van deze magische plek. Een plek waar je de kracht van moeder aarde ervaart, zowel in scheppende als in destructieve vorm. Hier zie je gewoon dat de aarde leeft en helemaal geen statische planeet is, maar continu evolueert, alleen is een mensenleven veel te kort om grote veranderingen te zien in deze transformatie. Op dergelijke plaatsen kan dit wel ! Het tikje gevaar neem je er gewoon bij, het doet je stilstaan bij je eigen nietigheid, hoe onbenullig en onbeduidend we wel zijn op deze – overig zeer aardige – aardkloot.

20180421_221157
de vuurpijl naast het lavameer

Stipt om middernacht, de maan tekent een mooi gegolfd lichtgevend pad op de Tyrreense zee, beslis ik aan de afdaling te beginnen. Ik maak een plechtige belofte aan de kraters om terug te keren. Wie weet kampeer ik ooit op de top.

Met mijn Petzl in de hand zoek ik de afslag naar beneden (5) en wordt meteen gecon-fronteerd met de duisternis. Met de duisternis die evenwel niet volledig is dankzij de maan, maar genoeg is om oriënteren zoveel moeilijker te maken. Ik daal een stukje proef maar ben niet zeker of dit het juiste pad is en keer op mijn stappen terug. Eenmaal weer boven neem ik een andere afslag naar beneden. Die komt me nog minder bekend voor en keer weer terug. Ik schakel mijn gps in en pik het digitale kruimelspoor op dat ik gisteren heb vastgelegd tijdens de afdaling met de groep. “Tóch die eerste afslag ? Tiens, die eerste haarspeldbochten herinner ik me niet“. Eenmaal ik op een recht stuk steil dalend lavazand beland ben ik zeker van mijn stuk. Skiënd in het zwarte vulkanische goedje glijd ik probleemloos in de duisternis naar beneden. Mijn Petzl in de laagste stand toont me mooi de weg en ik mis nergens nog het pad. Na amper 55 minuten sta ik terug beneden in het dorp, 900 meter lager en trillend op mijn benen van het remmen en de ervaring.

Katrien bij de fumarolen op Vulcano, ook een actieve vulkaan

Epiloog

Terug thuis. Het ervaren van een actieve vulkaan laat me niet los. Ik moet erover schrijven. Bij deze is dat gebeurd. Wat als een vulkaan boven water staat is dat ik er zeker terugkeer. De meest actieve vulkaan op aarde en al dit fraais kunnen zien in relatieve veiligheid en nog niet eens zo ver van huis, dat vraagt toch naar meer ? Mocht er iemand zin hebben in een geleide legale/illegale beklimming op deze toplocatie ? Je weet me te vinden, we kunnen het zeker op een akkoordje gooien.

Ciao !

¹draagvleugelboten: http://www.libertylines.it /// ²veerboten: http://www.siremar.it ///

P.S. Check alle foto’s van de twee beklimmingen én meer op onze Flickr pagina (zie homepage van deze site).

 

 

Ég fer norður á vegg ! *

Halló

Het zat er aan te komen. Het moest er van komen. Sinds 2015 heb ik er geen voet aan wal meer gezet. De lokroep van het wilde noorden weerklonk steeds luider en luider tot het punt waarop het niet meer te negeren viel. Deze jongen moet terug naar zijn “heim“. Het land van de “harðfiskur, jökulhlaup, eldfjöllum, jöklar en norðurljós“**. IJsland ! Op 21 februari vlieg ik met Icelandair in 3 uur van Amsterdam naar Reykjavik (Keflavik luchthaven).

In 3 reizen heb ik -al dan niet samen met Katrien- al heel wat van het imposante land gezien, maar er zijn nog een aantal locaties en gebieden die ik nog eens nader moet zien te bestuderen. Net als alle vorige IJslandreizen zal deze trip ook zonder fiets zijn; de afstanden zijn net iets te lang en de reis nét iets te kort om alles te fietsen. Bij aankomst in Keflavik zou een stoere Fiat 500 op mij moeten staan wachten. Uitgerust met een stevige rugzak en al mijn winter attributen plan ik toch wel enkele nachtjes in mijn tent en op mijn sneeuwschoenen.

Deze reis zal -afhankelijk van het weer- terug een massa foto’s opleveren. Die vierde lading foto’s moet ik dan nog zien te verwerken in een presentatie die al voor 3/4 klaar is en die in de loop van het jaar zou moeten kunnen afgerond worden.

*-*-*-*-*

* “ik ga ten noorden van de muur !” (een verwijzing naar de legendarische en fictieve muur in de succesreeks Game of Thrones. Daar scheidt de muur de 7 koninkrijken van het ten noorden van de muur gelegen ongekende, gevaarlijke en arctische gebied. Alle beelden die zich daar afspelen zijn gefilmd in IJsland)
** droogvis, gletsjersmeltwatervloed, vulkanen, gletsjers en noorderlicht

dsc04414

Crosstrainen op de Hoge Venen

Tapdansen

Je zie gie zot zekers?” (jij bent toch niet goed snik ?). Deze boude bewering krijg ik wel eens meer rond mijn oren geslingerd. “Zot zijn doet geen zeer, het jeukt enkel een beetje” of “iemand moet het toch doen” zijn dan zo’n beetje mijn standaard antwoorden. Ik ben trouwens heel blij dat er zo weinig mensen die dingen willen doen. Dat houdt in dat ik weinig volk op mijn weg vind en behoorlijk ongehinderd mijn zin kan doen. Strandvakanties waar je je al tapdansend een weg moet banen tussen honderden uitgestrekte benen en lijven op een volgepakt strand zijn een ware nachtmerrie voor ondergetekende. Mij – en bij uitbreiding Katrien – ga je niet snel zien opduiken in pakweg Benidorm, Center Parks of op één of ander all inclusive resort vakantie. Niet dat we daar op neerkijken. Neen, het is gewoon niet aan ons besteed en we zijn dolblij dat er genoeg mensen zijn die dit willen doen. Zotte dingen dus.

Op een frisse ochtend rij ik mijn volgepakte fiets naar het station van Oostende. Ik heb mijn Finse spijkerbanden gemonteerd en buiten een heel arsenaal aan warme spullen heb ik ook mijn sneeuwschoenen achterop gebonden. Deze jongen gaat eens wat alternatieve winterpret gaan beleven in het Waalse landsgedeelte. Zowel Frank als Sabine (van het Belgische KMI) zijn unaniem: het zal de komende dagen flink winteren in heel België, maar vooral in de Ardennen. Het plan is om de Vennbahn route te fietsen en vanuit Gouvy terug naar huis te sporen. Zo’n verkeersvrije routes zijn het summum van fietsplezier maar ik twijfel er zeer ernstig aan of die route ook berijdbaar zal zijn. Er ligt in de Hoge Venen zo’n 50 cm sneeuw en fietsroutes worden in de winter niet geruimd. In de planningsfase heb ik daar echter rekening mee gehouden en al een alternatieve route voorzien.

Alternatieve bel

Op de trein die me naar Antwerpen rijdt, word ik aangesproken door een jonge leerkracht die vol bewondering informeert naar mijn plannen. Deze jongeman die ook besmet is met het avontuurvirus blijft geanimeerd luisteren en praten tot hij moet afstappen in Gent. Antwerpen Centraal is mijn terminus en met de GPS in de hand (vergeten de nieuwe GPS houder op mijn stuur te monteren) laveer ik op mijn ratelende banden tot knooppunt drie bij het Rivierenhof in Deurne. Wanneer je met spijkerbanden op tarmac of beton rijdt, maken die metalen “spijkertjes” een heerlijk geluid. Althans, ik vind dat een leuk geluid. Het is ook een mooi alternatief voor een fietsbel. 20 meter of soms meer voor je mensen in de rug nadert, draaien die zich al om, om het vreemde geluid dat nadert te lokaliseren en in te schatten.

img_1238
Abdij van Tongerlo op dag 1

Vanavond wil ik bij fietscollega en -vriend Nico arriveren. De meest directe route is om van Antwerpen tot in Beringen het Albert kanaal te volgen, maar daar heb ik helemaal geen zin in. Ik hou niet van kanalen, die zijn te rechtlijnig naar mijn mening. Kronkelende en meanderende kanalen zijn er mijns inziens niet, dat zou de efficiëntie van de binnenscheepvaart nogal nadelig beïnvloeden. Dus heb ik op http://www.fietsnet.be een knooppunten route uitgeprint en die volg ik nu. Mijn eerste foto neem ik met mijn camera aan de abdij van Tongerlo en krijg direct een tweede onaangename verrassing gepresenteerd: “no memory card” beweert mijn digitale vriendje en die is onverbiddelijk én zelden fout. Dan haal ik maar mijn iPod tevoorschijn en doe de foto nog eens over. Alle foto’s die bij dit verslag horen zijn dus met dit toestelletje genomen. De foto’s zijn scherp genoeg, maar geen superieure kwaliteit.

Het zonnetje schijnt en langs de verkeersluwe route -die hier in de provincies Antwerpen en Limburg nog sneeuwvrij is- is er redelijk wat fiets- en wandelverkeer. De temperatuur ligt net onder het vriespunt en er staat een matige oostenwind. Meermaals word ik aangesproken naar mijn plannen en motieven. Wanneer ik die dan uit de doeken doe, veranderen de gelaatsuitdrukkingen nogal drastisch. Een aantal mensen proberen te peilen of deze vreemde snuiter voor zich ze nog allemaal op een rijtje heeft. Ik verzeker ze dat ik weet wat ik doe en dat ik er begot nog plezier in schep ook.

Wanneer ik tussen Genendijk en Kwaadmechelen  wat aan het sukkelen ben om mijn route te vinden (blijkbaar veel industriële activiteit en fietsomleidingen) en aangesproken word door een fietser, wordt al snel duidelijk dat mijn plan om de Vennbahn te fietsen onmogelijk zal zijn. De vriendelijke man was er enkele dagen geleden om er te langlaufen! Rond 17.30 arriveer ik bij Nico en word er hartelijk ontvangen. ’s Avonds gaan we uit eten en omstreeks 23.00 duik ik in bed.

Nico is reeds om 05.00 vertrokken voor zijn vroege shift in het Hasseltse ziekenhuis waar ie werkt en ik ontbijt en start rond 09.30 met fietsen. Vanavond zou ik graag ergens in de buurt van Aachen eindigen. Via de knooppunten rij ik door een landschap met rijp afwisselend door bos en heide. Er staat een matige oostenwind die net sterk genoeg is om mijn snelheid wat te beperken. De rolweerstand van mijn spijkerbanden is natuurlijk ook een stuk hoger dan van gewone banden. Samen met de inboedel die ik meesleep kom ik zelden boven de 21 km/h uit. Eenmaal door het Nationaal Park Hoge Kempen ratel ik via een fietsstrook langs de E314 en over de Maas Nederland binnen. Een fietsstrook op de autosnelwegbrug over de Maas. Voor mij een primeur !

img_1240
Tentje op de Eschberg

Ik ben nu in Elsloo en rij voor het eerst door een golvend landschap. Dit is de regio van de Amstel Gold Race. Een fikse afdaling brengt me in Valkenburg en langs het riviertje ‘De kleine Geul’ mik ik op het drielandenpunt. Net buiten Valkenburg ligt er voor het eerst op deze trip sneeuw. De wegen zijn geruimd maar hogerop de hellingen en op de velden is alles wit! Dit begint er een beetje op te trekken. Racend tegen de invallende duisternis klim ik het laatste halfuur tegen de hellingen van de Eschberg op. Op een splitsing glip ik onder een houten slagboom met een waarschuwingsbordje “geen winterdienst”. Ik heb de trouwens al verkeersluwe weg voor mij alleen en na nog een onverharde afslag vind ik een schitterend plaatsje onder een grote boom. Overal ligt er sneeuw uitgezonderd onder de – royaal van takken voorziene- boom die ik uitgekozen heb. Met mijn hoofdlampje zet ik mijn tent op en installeer ik me. Zeer snel  duikt het kwik onder de magische 0° grens en rond 19.00 is het al -5°C. Ik heb nu al mijn kleren aan (lange onderbroek, skibroek, thermisch onderlijfje, windstop fietstruitje, fleece truitje, bodywarmer én niet gevoerde jas) en slaag er zowaar in om warm te blijven zonder te bewegen. Ik prepareer mijn avondeten op mijn brandertje en smelt sneeuw om aan water te raken. Na het eten besluit ik mijn avondwandeling te maken. De berg en het bos zijn voor mij alleen en ik geniet met volle teugen van de stilte, de wind in de bomen en de flikkerende lichtjes in de verte. Zo’n avondwandeling maak ik bijna altijd op reis, maar op deze trip heeft deze wandeling ook een tweede functie: warm blijven. Terug bij de tent is het kwik verder gezakt tot -7°C. In mijn tent schuif ik eerst in mijn fleece binnenslaapzak, vervolgens in mijn zomerslaapzak en uiteindelijk in mijn dikke winter slaapzak. Ik hoop deze nacht niet te moeten opstaan om een plasje te maken, want dat is altijd een heel gedoe met al die slaapzakken. Niettegenstaande er op 46 jarige leeftijd al wat dingen zijn die verslappen, hun rek verliezen en meer van dat fraais, hoef ik er ’s nachts niet uit. Ik slaap trouwens zonder wakker worden en rond 08.00 gaan mijn ogen weer open.

Ik probeer ’s morgens zo snel mogelijk de boel op te breken en in mijn tassen te bergen én te ontbijten, maar het is toch al weer 10.15 vooraleer ik kan beginnen fietsen. Ik ben nooit sterk geweest in vroeg vertrekken en het inpak proces verloopt niet altijd even vloeiend. Ik daal door het bos, van mijn Nederlandse berg en nog geen kilometer verder rij ik van het Nederlandse Wolfhaag, het Belgische Gemmenich binnen.

Zelfde landschap, ander land en andere taal. Via Kelmis (La Calamine) rij ik naar Eupen. Het plan om de Vennbahnroute te fietsen heb ik dus laten varen en ik baseer me nu op mijn Ravel knooppunten route. Ik ben ondertussen bijna in de Hoge Venen aanbeland en de 50 cm sneeuw waarvan sprake, blijkt te kloppen. Via de N68 -er is helaas geen andere sneeuwvrije route- start ik met de geleidelijke klim naar België’s hoogste punt. Met het klimmen daalt ook de temperatuur. Bij Baraque Michel houd ik even halt om wat warme thee uit mijn thermos te gieten. Het is hier een drukte van jewelste. Veelal Vlaamse jongelui die per bus aangevoerd worden om op de Venen wat te langlaufen. Ik hoor een Vlaming “respect” roepen in mijn richting. Dankuwel.

Ik vervolg mijn route via Malmedy op de N62 en bij Géromont -een eindje buiten Malmedy- word ik de onrechtstreekse oorzaak van een dodelijk ongeval ! Ik fiets zoals van mij verwacht wordt aan de rechterkant van de baan waar redelijk wat verkeer op zit. Een 50 tal meter voor mij aan de overkant van de straat zie ik een vrouw buiten staan voor haar deur. Ze is aan het telefoneren en ik let er verder niet op. Wanneer ik de vrouw passeer,

img_1258
Ruraal wegje tussen Ligneuville en Montenau

hoor ik een hond keffen en grommen. Ik let er verder niet op want ik concentreer me op de weg voor me. Haast onbewust hoor ik op de achtergrond het gekef wat luider worden. Plots hoor ik een ziekelijke klap, een remmende wagen en de telefonerende vrouw die luid begint te roepen en te tieren. De drang van het hondje om mij te knippen was groot en het onfortuinlijke beestje heeft waarschijnlijk zonder kijken getracht de weg over te steken. Wat dus overduidelijk niet lukte. Ik ben er toch eventjes niet goed van want het geluid van die klap was niet erg aangenaam. Dat van de jammerende vrouw evenmin.

In Baugnez buig ik af naar het zuiden en scan voortdurend links en rechts de weilanden en bossen af op een geschikt kampeerplaatsje, maar de invallende duisternis maakt het mij onmogelijk. Vermits ik weinig zin heb om in het donker een plaatsje te zoeken en temeer mijn tent vanbinnen nat is en mijn winterslaapzak vochtig aan de buitenkant, besluit ik een nachtje indoor te spenderen in hotel St. Hubert. Ideaal om de hygiëne wat op punt te stellen en de spullen te drogen.

img_1248
-12,5° C. Aangenaam !

De volgende morgen vertrek ik rond 10.00 en neem de -geruimde- binnendoor route naar Montenau. Het landschap is grandioos ondergesneeuwd en de vrieskou knabbelt gretig aan mijn onbeschermde oren. Ik stop om mijn muts op te zetten en check mijn thermometer: -12,5°C ! De takken van de sparren buigen flink door onder het gewicht van de sneeuw en de zon doet alles glinsteren en fonkelen. Daarvoor doe je het ! Tot in Hochkreuz slaag ik erin om via rurale wegen verder te fietsen, maar alle pogingen om zo in St. Vith te raken mislukken door lokale wegen die gedeeltelijk geruimd zijn. Eenmaal het laatste huis gepasseerd verspert een muur van sneeuw alle mogelijke vooruitgang (tenzij je te voet bent natuurlijk). Uiteindelijk neem ik de niet overdreven drukke N676 en via St. Vith klim en daal ik langs stille ondergesneeuwde dorpjes als Breitfeld, Neidingen en Lommersweiler. De weg tussen Lommersweiler en Maspelt is de zoveelste weg die halverwege niet meer geruimd is, maar waarvan de sneeuw wel aangereden is door auto’s. Het is een pittige klim naar Maspelt. Het is echter bijna onmogelijk te fietsen in de sporen van de wagens en dus moet ik bijna de hele klim mijn fiets naar boven hijsen. Dampend als een Brabants trekpaard arriveer ik eindelijk in Maspelt en kan ik weer eventjes geruimd verder. Ik wil vandaag echter vroeger stoppen met fietsen om mijn tentje op te zetten en zo nog wat tijd vrij te maken voor een sneeuwschoen wandeling. Halverweg Maspelt naar Bracht sla ik linksaf op een aangereden onverharde weg richting bosrand. Ik vind een mooi plaatsje aan de rand van het bos bij een wildhut maar het plekje ligt op een goeie 400 meter van de onverharde weg. Ik parkeer mijn fiets tegen een boom en pendel in 3 keer al mijn bagage naar mijn kampeerplek. Met mijn sneeuwschoenen druk ik de sneeuw plat en creëer zo een effen vlak om mijn tent neer te poten. Nu mijn basiskamp goed en wel geïnstalleerd staat, gesp ik mijn sneeuwschoenen aan en maak een mooie wandeling in een door God en alleman verlaten sneeuwlandschap. Het knerpen van de sneeuw en de

img_1261
Tentje met de “wildstand” keuken op de voorgrond

occasionele krijs van een roofvogel is het enige wat ik hoor. De sneeuw ligt hier wel 40 cm hoog en die sneeuwschoenen doen toch wat van hen verwacht wordt. Dat vind ik altijd leuk, dingen die effectief doen waarvoor ze ontworpen zijn. Wanneer zo’n zaken door een slecht ontwerp of afwerking niet goed werken of er vroegtijdig de brui aan geven kan mij dat verschrikkelijk op de heupen werken. Deze keer dus niet. Net als mijn brandertje dat ik omstreeks 19.30 u. opstart om sneeuw te smelten en mijn eten klaar te maken. Pasta met spinazie én gehaktballetjes én spekblokjes. Wie wil overleven in arctische omstandigheden moet een goede basis leggen. Ik heb een schitterend kampeerplaatsje uitgekozen want ik heb de beschikking tot een keuken. In een nabije wildstand (zie foto en veel wordt duidelijk) zie ik direct de mogelijkheden; afgeschermd van de wind, een houten zitbank én een panoramisch zicht. Met op één na alle luikjes dicht wordt het zelfs warm in mijn op stelten staande keuken. De warmte die mijn brandertje genereert doet zelfs een overwinterend lieveheersbeestje ontwaken en versuft rondkruipen. Het smaakt me en ik heb het verschrikkelijk naar mijn zin hier aan de rand van dit stille besneeuwde woud. Ik smelt nog twee potten sneeuw, laat het 5 minuten doorkoken en giet het vervolgens in mijn 2 extra geïsoleerde thermossen. Zo kan ik morgen ook een aantal dampende kopjes thee slurpen.

Het is nu 20.45 u. en de hoogste tijd voor mijn avondwandeling. Ik volg de onverharde weg naar een uitzichtspunt en kan op de top van de heuvel uit de wind zitten in een schuilhutje. Ver onder me fonkelen de lichtjes van het minuscule dorpje Bracht en in de verte zie ik de rode lichtjes van de Duitse windmolens. Het is ondertussen -9°C (thermometer hangt aan mijn jas) en ik keer terug om nog wat verder in het bos te struinen. Uiteindelijk kruip ik om 22.15 u. de tent en schuif ik in mijn 3 slaapzakken.

img_1275
Onverharde weg naar mijn kampeerplaats tussen Bracht en Maspelt

Ik heb mijn wekker gezet op 07.40, maar ik ben al een tijdje wakker. Nature calls, maar het vraagt toch wat doorzettingsvermogen om mezelf uit mijn warme slaapzakverzameling te hijsen. Mijn thermometer geeft -12°C aan. Zo snel als mogelijk probeer ik mij hele hebben en houden op te kramen, maar daar kruipt telkens toch wat tijd in. Aan het begin van de trip was mijn plan de trein van 14.39 u. te nemen in Gouvy, maar dan zou ik pas ’s avonds laat thuis komen. Vandaar dat ik vroeger opstond en nu probeer de trein van 12.39 te nemen. Ik heb nog enige moeite om mijn slot te openen en moet zelfs met mijn aansteker het slot ontdooien. Ook de immense steile afdaling naar Bracht moet ik voorzichtig doen, want mijn remmen doen het niet goed door de vrieskou. Eenmaal in Burg Reuland begin ik aan een tijdrit naar Gouvy. Ruim voor tijd arriveer ik in het station en zit mijn winters avontuurtje er op. Tevreden kijk ik terug op een geslaagd tripje.